Nico Schrijver

Last week,  Nico Schrijver, Professor of Public International Law and Academic Director of the Grotius Centre for International Legal Studies of Leiden University was featured in the Dutch Magazine 'Mr. Online'.  The reason for this is that Professor Schrijver recently launched a Webfile where he attempts to answer questions such as : 'How can we make Wolrd Peace and what role can International Law play in this matter'? By doing this, he hopes to show the online community that international law is a very exciting and fascinating area of the law as well as the ways in which countries apply international law on a national and international level.  

This interview is in Dutch. You can read it below:

Mr. van de week is Nico Schrijver. Hij lanceerde onlangs een webdossier waarin hij vragen als ‘Hoe komt er wereldvrede?’ en ‘Welke rol speelt het volkenrecht daarbij?’ probeert te beantwoorden. Schrijver is hoogleraar internationaal publiekrecht aan de Universiteit Leiden en wetenschappelijk directeur van het Grotius Centre for International Legal Studies. Daarnaast is hij onder meer als onafhankelijk deskundige lid van het VN-verdragscomité dat toezicht houdt op de naleving van economische, sociale en culturele mensenrechten en Eerste Kamerlid (PvdA).

Wat wilt u bereiken met het webdossier?

Ik wil graag laten zien wat een prachtig vak internationaal recht is en hoe het in de alledaagse werkelijkheid op internationaal en nationaal niveau toegepast kan worden. Ik doe dat natuurlijk allereerst via colleges, boeken en artikelen en nu dan ook met dit webdossier van de Universiteit Leiden. Het internationale recht dringt steeds dieper de Nederlandse rechtsorde binnen. Denk aan de rechten van de mens, internationaal strafrecht en normen van internationaal milieurecht. Ook is het internationale recht voor Nederland met zijn omvangrijke en open economie van wezenlijk belang.

Wereldvrede, dat is toch een utopie?

Natuurlijk is wereldvrede niet gemakkelijk binnen bereik, maar het is zeker geen utopie. Vrede is waarschijnlijk de allerbelangrijkste doelstelling, in ieder geval van de Verenigde Naties. Het gaat niet alleen om afwezigheid van oorlog (tussen en binnen landen), maar vrede is ook voorwaarde voor het bereiken van de andere belangrijke doeleinden van de internationale gemeenschap, waaronder respect voor de rechten van de mens, wapenbeheersing, armoedebestrijding en duurzame ontwikkeling.

De Verenigde Naties moeten hervormd worden om vrede en veiligheid in de wereld te brengen, zo stelt u. Wat moet er precies gebeuren?

Zolang de VN bestaan (sinds 1945), wordt er ook over hervorming gesproken. Er hebben ook enorme hervormingen plaatsgehad. Het dekolonisatieproces, de instelling van vredesbewarende operaties (‘peace-keeping’), de opkomst van ontwikkelingssamenwerking en de samenwerking met NGO’s en het bedrijfsleven zijn daar belangrijke voorbeelden van. Maar na ruim 65 jaar VN is het van belang om geleidelijk aan (snel lukt niet) nieuwe hervormingen door te voeren die de volkerenorganisatie relevant houden in de 21ste eeuw. Dat betekent bijvoorbeeld dat de broodnodige hervorming van de samenstelling van de VN-Veiligheidsraad zich niet uitsluitend moet richten op de vraag welke staten er als nieuwe permanente leden bij moeten (Brazilië, Duitsland, India), maar ook of het niet mogelijk is regionale organisaties zoals de Afrikaanse Unie, de Europese Unie of de Arabische Liga een zetel te geven. In het begin kunnen zij misschien door het voorzittende land vertegenwoordigd worden, indien de lidstaten er nog niet aan toe zijn dat aan de centrale organisatie (in EU is dat de Europese Commissie) over te laten.

U bent lid van het Permanent Hof van Arbitrage in Den Haag dat bemiddelt bij internationale geschillen. Is dat de beste manier om die conflicten op te lossen?

Het PCA is de oudste geïnstitutionaliseerde geschillenbeslechtingsinstantie op internationaal niveau. Dit Hof bestaat naast onder meer het Internationaal Gerechtshof, het VN-Zeerechttribunaal en de panels van de Wereldhandelsorganisatie. Het PCA richt zich vrijwel uitsluitend op administratieve ondersteuning van partijen (met name staten en internationale ondernemingen), die een conflict via arbitrage willen oplossen. Maar het mandaat, dat teruggaat op de Haagse Vredesconferenties van 1899 en 1907, is ruimer en voorziet ook in andere geschillenbeslechtingsmethoden, waaronder onderzoek en bemiddeling. Nu internationale contacten zo in aantal en in diversiteit zijn toegenomen en er steeds meer spelers  bij betrokken zijn (internationale organisaties, bedrijven, NGO’s, e.d.) zou het goed zijn om na te gaan op welke wijze dit Hof in Den Haag een bredere rol kan gaan spelen. Het honderdjarig bestaan van het Vredespaleis in 2013 biedt daar een uitgelezen momentum voor!

Ondersteunt u het pleidooi van Tweede Kamerleden Jeroen Recourt en Ahmed Marcouch (beiden PvdA) om meer te bemiddelen in het strafrecht?

Ik vind het zinvol dat de overheid een rol op zich neemt om de daders en de slachtoffers desgewenst met elkaar in contact te brengen. De ervaring leert dat een rechterlijke uitspraak alleen de slachtoffers soms geen genoegdoening geeft. Contact kan soms helpen om leed te overwinnen, maar uiteraard kan dit niet in plaats komen van een rechterlijke procedure en moet het contact op basis van vrijwilligheid zijn.

Wat is het hoogtepunt uit uw juridische carrière?

Ik voel me bevoorrecht met vele hoogtepunten, waaronder mijn werk in de VN-Veiligheidsraad, mijn eigen promotie en mijn oraties, het lidmaatschap van de Commissie Davids, laudatio’s bij mijn promovendi, mijn lidmaatschap van de KNAW, mijn maiden speech in de Eerste Kamer. Maar mijn meest intense herinnering is mijn eerste toespraak tot de Algemene Vergadering van de VN in New York, in 1978, als jongerenvertegenwoordiger van Nederland.

En wat een dieptepunt?

Ik was bijzonder vereerd om in de jaren ’90 op Brown University (VS) acht minuten als commentator te mogen optreden bij een paper van Oscar Schachter, wiens werk mij altijd enorm geïnspireerd heeft. Vanaf de oprichting was hij een van de topjuristen in de Juridische Dienst van de Verenigde Naties en na zijn pensionering nog decennialang hoogleraar aan Columbia University New York. Ik had me er enorm op verheugd en me tot in de puntjes voorbereid. Juist toen ik het woord kreeg moest hij even ‘naar achteren’ en mijn interventie besloeg precies de tijd van zijn toiletgang….

Wat of wie is in uw juridisch bestaan uw bron van inspiratie?

De belangrijke mondiale waarden die aan de beginselen en regels van het internationale recht ten grondslag (zouden moeten) liggen, zoals vrijheid, tolerantie, vrede, humaniteit en duurzame ontwikkeling. In mijn jonge jaren ben ik lange tijd student en assistent geweest van de vermaarde Groningse hoogleraar B.V.A. Röling. Als jong gezel heb ik vanaf mijn 19e jaar vele technische kneepjes van het vak van hem geleerd en zijn opvattingen blijven een grote bron van inspiratie voor mij.

Welk wetsartikel vindt u het mooist?

Ik houd van bondig geformuleerde teksten waarin belangrijke principes verankerd zijn en die tegen de tand des tijds opgewassen blijken te zijn. In mijn vakgebied denk ik dan meteen aan delen van het VN-Handvest, de monumentale Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en het prachtige Weens Verdragenverdrag. Indien u een nationale tekst wilt, dan noem ik meteen artikel 1 van onze Grondwet met het treffend geformuleerde gelijkheidsbeginsel, dat terecht in steen gehouwen dwars voor ons parlement staat.

Welk wetsartikel het slechtst?

De sleutelartikelen van het VN-Klimaatverdrag. Die zijn zo boterzacht geformuleerd dat zij meer het karakter dragen van een verklaring of actieprogramma dan van een verdragstekst. Intussen zitten we meer en meer met de gebakken peren, nu de gevolgen van klimaatverandering zich beginnen aan te dienen.

Welke juridische website raadpleegt u vaak?

Die van het Max Planck Instituut voor Internationaal Recht in Heidelberg (www.mpepil.com), onze onvolprezen Vredespaleisbibliotheek (www.ppl.nl) en het Internationaal Gerechtshof (www.icj-cij.org).

Welk boek las u het laatst?

Pas onlangs las ik het ontroerende boek Sonny Boy van Annejet van der Zuilen. Ik ben nu begonnen in de net verschenen (en niet eerste) autobiografie Prague Winter van Madeleine Allbright, een ongelooflijk moedige en inspirerende vrouw met wie ik bij het opzetten van het The Hague Institute for Global Justice heb mogen samenwerken.

Met wie zou u een gevangeniscel willen delen?

Ik voel me het best in de geborgenheid van mijn eigen gezin, maar natuurlijk wil ik hen buiten deze poorten houden. Dus dan met mijn studievriend Laszlo Matus.

 

Source: Mr. Online

 

Librarian's choice

Relevant PPL-keywords for further research

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *