Steven van Hoogstraten

By Candice Alihusain, Rens Steenhard and Sophie Brinkel

After serving the Carnegie Foundation as General-Director for a period of 13 years, Steven van Hoogstraten has officially retired on Wednesday, January 27th, 2016. For this occasion, we interviewed him and reflected on his career and achievements, his most memorable moments and his initial and future hopes for the Peace Palace. Steven van Hoogstraten started his career working at various Dutch Ministries where much of his work was focused on the implementation of European and International Law into the Dutch legal system. In 2002, Mr. Van Hoogstraten applied for the position of General-Director of the Carnegie Foundation and Treasurer of The Hague Academy of International Law after coming across this job announcement in a newspaper.

“As a policy advisor working in government, I was ready to take an adventurous step towards more freedom and more possibilities in the work I was doing’, says mr. Van Hoogstraten. ‘The Peace Palace was and still is a wonderful iconic symbol with a clear mission. The position of General-Director of the Carnegie Foundation itself truly seemed unique; A job of which there is no other, Mr. Van Hoogstraten continues.

In the position of General-Director, I wanted to focus not only on managing and maintaining the Peace Palace, but I also wanted the Peace Palace to become more involved in international peace processes, Mr. Van Hoogstraten explains. A good example of this was the issue of Cyprus in 2004, when former Secretary-General Kofi Annan visited The Hague to perform official duties at the International Criminal Court (ICC)  and suggested to engage in formal discussions on the problems of Cyprus for which he had developed a peace plan. This was definitely a highlight in my career, Mr. Van Hoogstraten says. ‘I wished I could have contributed more to the Peace Palace having a role in these peace processes, but this proved to be far more difficult that I initially expected’.

Another highlight was the coming into existence of the Academy/Library Building and the Visitor’s Centre. These were all very large projects that turned out to be a great success of which I am very proud, Mr Van Hoogstraten says. Lastly, a memorable moment for me was meeting William Thomson, the great-grandson of Andrew Carnegie. He told me that Andrew Carnegie considered the Peace Palace one of his proudest achievements and that he kept in his study a beautiful photograph of the Peace Palace at Skibo Castle, his Summer residence in Scotland.”

When asked what he believes the future of the Peace Palace and the Carnegie foundation should be, Mr. Van Hoogstraten poses for a moment. “Alongside it’s landlord function, I hope that the Carnegie Foundation will be able to play a more active role and cooperate and support international peace and justice activities. The Peace Palace has built up a strong profile in The Hague that needs to be developed even further. The Library has an very important role in this as well. In a hundred years from now, the Peace Palace still needs to stand tall, with as much legal authority as it has today and hopefully with a stronger and even more meaningful role in the rest of the world”, concludes Mr. Van Hoogstraten.

 


The interview with Mr. Steven van Hoogstraten on the occasion of his retirement was conducted in Dutch. You can read the full text in Dutch below:

"Afscheidsinterview Steven van Hoogstraten: ‘Van beleidsjongen tot landlord’"

Door Candice Alihusain, Rens Steenhard and Sophie Brinkel

Kunt u ons een beschrijving geven van uw werk (en studie) verleden voordat u bij het Vredespaleis als algemeen directeur aan de slag ging?

“Ik heb aan de Universiteit van Groningen gestudeerd en heb een master behaald in internationaal en Europees recht. Ik heb stage gelopen bij de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) in Parijs op het milieudirectoraat. Na mijn studie ben ik eerst aan de slag gegaan voor het ministerie van Buitenlandse Zaken. Ik heb een tijdje gewerkt voor de Nederlandse Vertegenwoording bij de Europese Gemeenschap in Brussel. Na deze ervaring bij Buitenlandse Zaken ben ik voor diverse ministeries gaan werken. Ik heb een carrière switch gemaakt. Het eerste ministerie waar ik terecht kwam, was het ministerie van Landbouw en Visserij. Ik hield mij toen veel bezig met de toepassing en doorwerking van het Europees Recht. Na 7 jaar werd ik directeur van het ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur (WVC) en later Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), van een directie die gezondheidsbescherming van consumenten behartigde. Hier heb ik mij sterk gemaakt voor de Codex Alimentarius en de food standards op wereldniveau. In deze periode kwam ik vaak in Rome en Genève. Dit deed ik 10 jaar.Mijn laatste ambtelijke baan was voor het minsterie van Veiligheid en Justitie. Daar werkte ik als plaatsvervangend Directeur-Generaal voor het internationaal beleid. Hier heb ik 3 jaar gewerkt. Ik heb hier voornamelijk gewerkt aan het internationaal strafrecht met als onderdeel daarvan het drugsbeleid van Nederland. Het ging dan vooral om de juridische kant van het drugsbeleid. Het was een bijzondere periode waarin ik veel internationaal bezig ben geweest. Ik ben veel bij de United Nations Commission on Narcotic Drugs (CND) in Wenen geweest met de Nederlandse delegatie. Het was een spannende rol, vanwege de eigenstandige mening van Nederland op het gebied van drugsbeleid. Wij zijn één van de weinige landen die een onderscheid maken tussen soft drugs en hard drugs. Je werd soms bijna besprongen door landen.”

Wanneer bent u algemeen directeur van het Vredespaleis geworden?

“Ik ben begonnen in april 2002 als algemeen directeur van de Carnegie-Stichting. Ik zag een advertentie in de krant en ben de sollicitatieprocedure doorgekomen. Ik ben de opvolger van voormalig algemeen directeur, Willem Hamel. Ik was op zoek naar een ondernemende baan. Een baan waarmee je met een half been in de wereld van het bedrijfsleven staat. Ik vond het Vredespaleis een prachtig internationaal icoon en zo is het nu nog steeds. Ik was eigenlijk een beleidsjongen en ik wilde een avontuurlijke stap zetten. Een stap naar meer vrijheid en mogelijkheden. Een unieke positie waarvan er maar één was.”

Wat wilde u uitdragen als algemeen directeur van de Carnegie Stichting? Denkt u dat u dit heeft kunnen overbrengen?

“Het Vredespaleis moet een plek zijn waar niet alleen recht wordt gesproken, maar waar ook over vredeskwesties wordt gepraat. Een grotere rol voor het Vredespaleis in internationale vredesprocessen. Een plek waar landen elkaar konden ontmoeten. Dit vind ik eigenlijk nog steeds goed, maar het bleek wel druk te zijn en minder makkelijk dan ik dacht. Het Vredespaleis is er namelijk in eerste instantie voor haar instellingen. Een mooi voorbeeld van deze vredesrol is het bezoek van voormalig secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Kofi Annan, aan het Vredespaleis. In 2004 kwam hij naar Nederland om het Internationale Strafhof te installeren. Daarnaast had hij voorgesteld dat er op het Vredespaleis zou worden gepraat over het probleem van Cyprus, waarvoor hij een vredesplan had ontwikkeld. Het hele Vredespaleis stond één dag in het teken van Cyprus. Dit trok enorm veel media en veel landen waren er bij betrokken. Er waren zelfs slapende journalisten in de grote rechtzaal. Een heel mooi moment. Die ambitie om het Vredespaleis een grotere rol te geven in vredeskwesties, daar had ik graag aan bijgedragen, maar het is er minder sterk uitgekomen dan ik voor ogen had. Overigens, Den Haag kan ook méér doen als stad van de vrede en het recht, net als Genève. Het Vredespaleis moet er wel steeds voor open blijven staan.”

Wat is de positie van het Vredespaleis in Den Haag en daarbuiten?

“Het Vredespaleis heeft om te beginnen een sterke uitstraling, in de hele wereld, en ook in Den Haag. In mijn tijd heb ik de Hague Academic Coalition (HAC) helpen oprichten. Dit is een netwerk van kennisinstellingen in Den Haag. Zij werken samen op het gebied van onderwijs en onderzoek gericht op het internationaal recht, internationale betrekkingen en oorlog en vredes thema’s. Wat de positie van de Carnegie Stichting verder heeft geholpen, is onze deelname aan het Carnegie International Network, net als andere Carnegie instellingen in Europa (UK) en in de Verenigde Staten. Het was voor mij erg bijzonder om aanwezig te zijn geweest bij de uitreikingen van de Carnegie Medals of Philanthropy. Het centrale Carnegie thema was ‘Private wealth for the public good’. Een soort van Nobelprijzen voor vrijgevigheid, algemeen geduid als filantropie. Ook zijn we mede-initiatiefnemers van de ‘Club Judiciaire’ in Den Haag. Deze club organiseert activiteiten voor de rechters van, het Internationaal Gerechtshof, het Permanent Hof van Arbitrage, de internationele tribunalen en de Hoge Raad in Den Haag. Maar, de Carnegie Stichting is toch in eerste instantie de baas van het huis. Ik was de landlord. Ik kon een groot deel van de dag bezig zijn met het beheer en goed voor het paleis en diens bewoners zorgen. Er waren ook wel eens lastige kwesties op dat vlak.”

Wat zijn uw hoogtepunten uit uw Vredespaleis carrière? En welke ontmoetingen kunt u zich nog het beste herinneren?   

"Tot slot noem ik graag de komst van l’Orchestre pour la Paix naar het Vredespaleis, eind 2014. Dit orkest bestaat uit arabische, joodse, en christelijke musici en het was een heel avontuur om ze naar Den Haag te laten afreizen. Die samenwerking was heel bijzonder, de ambassades waren actief en SG VN Ban Ki Moon had zelfs een video-voorwoord ingesproken.

Verder was de viering van 100-jaar Vredespaleis in de zomer van 2013 een bijzonder moment met de komst van de Koning en de SG VN Ban Ki Moon op de officiële herdenking van 28 augustus waarbij het boek ‘The Building of Peace = Bouwen aan Vrede’ werd gepresenteerd. Dat is een speciale dag in mijn herinnering, met ’s avonds de 9e van Beethoven in de Philipszaal. En de 100 jaarsviering was een grote publiekstrekker door het grote vredesconcert in de tuin van het Vredespaleis. In september van datzelfde jaar heeft de Carnegie Stichting, samen met de Universiteit van Leiden en Utrecht, ook nog een conferentie georganiseerd. Deze conferentie ging over ‘the Art of Peacemaking’ en behandelde verschillende bekende vredesverdragen zoals Versailles en Dayton. De conferentie stond ook in het teken van 300 jaar Vrede van Utrecht. Dat vond ik een fraaie samenwerking, en heel mooi om aan deel te nemen. Een boek hierover is bijna klaar.

Naast het eerder genoemde bezoek van Kofi Annan, zijn er door de jaren heen veel momenten voor mij hoogtepunten. Uiteraard behoren tot die momenten de bouw van het Academie- en Bibliotheekgebouw en het Bezoekerscentrum van het Vredespaleis. Beide zijn grote projecten waarvan ik blij ben dat ze goed zijn gegaan en een succes zijn gebleken. Ook een mooi moment was het bezoek van de achterkleinzoon van Andrew Carnegie, William Thomson, aan Den Haag bij de 100 jaarsviering van de Carnegie Stichting. Ik heb hem gesproken tijdens een bezoek aan Madurodam en hij vertelde mij dat het Vredespaleis één van de belangrijkste prestaties van Andrew Carnegie is geweest. In het zomerverblijf van Andrew Carnegie in Schotland (Skibo Castle) hangt een mooie foto van het Vredespaleis.Welke toekomst heeft de Carnegie-Stichting en het Vredespaleis?“Ik hoop dat de Carnegie-Stichting zich kan blijven ontwikkelen, naast de ‘landlord’ functie waarin de instellingen onze belangrijkste partners zijn. Dat zij een actieve rol kan hebben, blijft samenwerken en ondernemen, en vrede en recht georiënteerde activiteiten kan organiseren of ondersteunen. De Carnegie-Stichting heeft een profiel opgebouw in het Haagse en dat moet verder ontwikkeld worden. De bibliotheek speelt daar ook een zeer belangrijke rol in, ik zie de goede activiteiten die daar plaatsvinden. Het Vredespaleis zelf, dat moet er over 100 jaar nog net zo staan, hopelijk met hetzelfde juridisch gezag en met een nog grotere betekenis voor de wereld.”

Welke beelden zijn er in uw tijd bijgekomen in het Vredespaleis?

“In mijn tijd zijn er drie beelden in het Vredespaleis bijgekomen, aan de totstandkoming waarvan ik zelf heb kunnen bijdragen. Ik was bij de onthulling van de beelden van Bertha von Suttner (2013) en Aletta Jacobs (2015) , en bij de onthulling van het beeld van Nelson Mandela (2005).”

Heeft u nog een persoonlijke boodschap of tip voor de bibliotheek?

“Ik zou graag zien dat een paar van de oude drukken van Hugo de Groot in een mooie vitrine in de bibliotheek komen te liggen. Verder hoop ik dat jullie je internationale reputatie zullen blijven versterken.”

Librarian's choice

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *