Het Leven van Hugo de Groot

For the last few months, the Peace Palace Library was on a mission of finding the perfect farewell gift for Steven van Hoogstraten upon the occasion of his retirement as the General-Director of the Carnegie Foundation. Since we prefer to remain true to ourselves, we decided to give to him a special work titled ‘The Life of Hugo Grotius’ (Het Leven van Hugo de Groot). This antique book was published in 1785 and is an early biography on the life of Grotius, the founding Father of International Law.

[Excerpt in Dutch:]

Het Leven van Hugo de Groot

Onder het aanzienlyk getal van voornaame mannen, welken, van tyd tot tyd, op het tooneel van Nederland hunne rol gespeeld hebben, is HUGO DE GROOT één der uitmuntendsten, en zal, zo lang de Republiek, wier lotgevallen de gantsche wereld zo menigmaal hebben doen verbaazen, zo lang Nederland bestaat, in gedachtenisse blyven by hen, die niet onverschillig zyn omtrent her land dat zy bewoonen, en het navorschen van deszelfs voorledenen en tegenwoordigen staat, voor eene ten hoogsten nuttige, niet alleen, maar ook noodige bezigheid houden — zy die gewoon zyn, den ongelukkigen grysaart, den beroemden OLDENBARNEVELD, met traanen van medelyden naar het verachtelyke schavot te vergezellen — zy die niet zonder innerlyke ontroering, dien grooten Vaderlander, op den oever des grafs staande, kunnen hooren zeggen: Mannen, gelooft het niet, dat ik een Landtverrader ben, ik hebbe oprecht, en vroom gehandelt, als een goed Patriot, en die zal ik sterven — zy wier hart scheurt, wanneer zy dien bukkenden grysaart, op een stoksken steunende, en met zwakke treden, het blikzemende zwaard, dat opgeheven is om hem te ontzielen, ten gemoete zien waggelen; hem zyne oogen ten hemel zien slaan, onder het uitroepen van deze hartlyke woorden: Jesus Christus zal myn leidsman zyn: Heere God, Hemelsche Vader, ontvang mynen Geest — zy die zig by aanhoudendheid verwonderen, over de zonderlinge bedaardheid van ziel, waarmede die onvoorbeeldige yveraar voor zyn Vaderland, de kortstondige, maar niet te min geduchte reis, naar de eeuwigheid, aangenomen heeft, zy kennen den Letterheld, met wiens lotgevallen wy ons voor een oogenblik zullen bezig houden; zy kennen den grooten HUGO, den tyd- en, gedeeltelyk, ook den ramp-genoot van den voornoemden grysaart; zy zyn gewoon ook hem met traanen van medelyden naar het bange Loevestein te vergezellen, en met een hart, dobberende tusschen hoop en vrees, hem, door een geoorloofde list, zyne banden te zien ontkomen: maar de groote man verdient dat ook de gantsche wereld hem kenne; ieder Vaderlander is verpligt het zyne daartoe bytebrengen; dit billykt ons voorneemen, en zal niet minder ons den arbeid aangenaam maaken.

Om een algemeen denkbeeld van ’s mans uitmuntendheid te verkrygen, is zeer geschikt het vierregelig versje van W. DEN ELGER, geplaatst onder een afbeeldzel van onzen held, door VAN GUNST in ’t koper gebragt: dus luidt het:

Door deugd des afgunst dood,

Door geest een waerelds wonder,

Door naam een schelle donder,

Was de ed’le HUIG DE GROOT

Librarian's choice

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *